U bent hier

Meditatie November

Onze hulp is in de Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft                                                                                                                                                             Psalm 124:8

Dat klinkt bekend! De kerkdienst op zondagmorgen begint met deze woorden. We noemen het kortweg wel eens ‘het onze hulp’ en dan weten we wat er bedoeld wordt. Prachtig om zo de kerkdienst te beginnen. Bij elkaar komen is niet iets van mensen allereerst, maar van roeping van Godswege. We zijn ook niet in eigen kracht bij elkaar. We mochten het huis van de Heere binnengaan, waar Hij wil zijn. Naar Zijn belofte met Zijn Woord en Geest. Menig predikant die onder aan de kansel stond te zuchten en geen woorden kon vinden en met het nodig opzien de kansel beklom, vond rust in deze woorden: onze hulp is in de Naam des HEEREN. Ik sta hier niet met mijn eigen woord, in eigen kracht; mijn hulp is van de HEERE. Maar ook gemeenteleden, met zorgen en moeiten naar de kerk gekomen, of thuis luisterend bij kerktelefoon of internet! Onze hulp is van de HEERE. Dat mogen we gezamenlijk belijden aan het begin van de kerkdienst. Om het elkaar aan te zeggen: onze hulp komt van Boven! Dat te horen kan troost geven, houvast. Vers 8 is het laatste vers van psalm 124. In deze psalm blijkt dat niet lichtvaardig over deze hulp gezongen wordt. Het begin van de psalm is een beetje onregelmatig, de zin lijkt onderbroken. Tenware de HEERE, Die bij ons geweest is – zegge nu Israël – tenware de HEERE, Die bij ons geweest is, als de mensen tegen ons opstonden; toen … Bij het begin van deze psalm houd je als het ware de adem in. Als toch de Heere niet bij ons geweest was …, zou je ook kunnen vertalen. Als toch de Heere niet bij ons geweest was, toen de mensen tegen ons opstonden.…, dan (zegt vers 3) zouden zij ons levend verslonden hebben. De spanning klinkt er nog in door, het wordt als het ware gezongen met de schrik nog om het hart. O, bedenk toch eens, als de Heere niet met ons geweest was, wat was er dan van ons terecht gekomen?! We zouden levend verslonden zijn (vers 3). Of, om het met vers 4 te zeggen, het water zou over ons heengegaan zijn, een stroom over onze ziel. De dichter van deze psalm beschrijft wat een bange tijd het geweest is. Volkeren stonden klaar om Israël onder de voet te lopen. Wat een dreiging, wat een angst. Maar, zegt vers 6: de HEERE zij geloofd, Die ons in hun tanden niet heeft overgegeven tot een roof. De dreiging was wel reëel. We zaten, zegt vers 7, als het ware gevangen in het net van de vogelvanger, maar de strik brak los, en wij zijn ontkomen. Onze hulp is van de HEERE, besluit de psalm dan. Dát is het. Als Hij niet ‘met ons’ geweest was, als hij niet hulp, steun, kracht, redding gegeven had, dan was alles verloren geweest. Geen hoop, geen redding, maar ondergang. Maar de HEERE heeft  Zijn hulp gegeven! Onze hulp is in Zijn Naam. Want Zijn Naam, dat is Hij Zelf. Zijn Naam zegt Wie Hij is. De HEERE, de getrouwe Verbondsgod. Die God, van Wie we dan ook mogen belijden: Die nooit laat varen het werk dat Zijn hand begon. Hij is het Die hemel en aarde gemaakt heeft. Zo zongen ze het elkaar toe: zie hoger op. Onze God is de Schepper van hemel en aarde. Zouden we dan vrezen voor schepselen, voor moeiten en zorgen in de schepping? En als we bevreesd zijn, is er dan geen Schepper, Die alle macht heeft? Zou voor Hem iets te wonderlijk zijn? Hij heeft al zo vaak betoond dat Hij hulp en kracht geeft, juist als we het zo nodig hebben. Hij geeft de moedeloze nieuwe kracht (zie ook Jesaja 40:28-31). Soms kunnen we de woorden van Psalm 124 ons moeilijk eigen maken: als we midden in de moeite zitten, en we ervaren die uitredding niet. Maar toch mogen we dan meezingen, met deze psalm: Onze hulp is van de HEERE. Om Jezus' wil. Eens stierf de Zoon van God op Golgotha. Daar verstomde psalm 124. Daar was geen plaats om psalm 124 te zingen. Daar was de Heere niet met Hém! Als de mensen tegen Hem opstonden, was de Heere niet nabij. Daar brak de strik niet, daar was geen ontkomen, geen hulp. Daar droeg Hij de toorn, de straf. Daar verdiende de Heere Jezus Christus de zegen van psalm 124. Om die psalm te zingen, ook in moeilijke omstandigheden, als de strik maar niet wil breken, en de moeite zo groot is. Hoe kun je dan zingen: de strik brak los? En hoe kun je dan zingen: onze hulp is in de Naam van de HEERE? Het is Goede Vrijdag geweest is. De Heere Jezus wilde afstand doen van de zegeningen van deze psalm, om die zegeningen nog zo veel dieper te verdienen. Zodat je in de moeite en het verdriet kunt zingen: hoewel deze strik niet breekt: de Heere is bij mij, ik zal niet vrezen! Mijn hulp is van de Heere, Die hemel en aarde gemaakt heeft. En Die Zijn Zoon gegeven heeft, tot een losprijs voor velen. De strik brak los op Golgotha: bevrijding voor zondaren. Niet maar uit de strik van de vogelvanger, maar uit de strik van de duivel. Wat is het nodig om op Hem, de Heere Jezus, te zien. En zo door Hem tot God te gaan. Wie tot Hem gaat, komt niet beschaamd uit. Er is troost, hulp, redding, bij Hem, de Zaligmaker. Hij, Die altijd leeft om voor hen te bidden. Zal God dan, als Hij Zijn Zoon niet gespaard heeft, maar voor ons overgegeven, ons ook met Hem niet alle dingen schenken (Romeinen 8:32)?

Ds. A.Th. van Olst

Aanstaande zondag

 

D.V. zondag 12 december gaat ons in beide diensten onze eigen predikant voor. 

Deze beginnen om 10 uur en 15 uur. In de morgendienst is de viering van het Heilig Avondmaal. In de middagdienst is er nabetrachting en dankzegging. 

 Er is oppas in de crèche voor de kleintjes.