U bent hier

Meditatie Juli

.......HEERE! ik roep tot U den gansen dag......

                                                                                                                      (Psalm 88:10m)
Psalm 88 is de zwarte psalm in het boek der Psalmen. Zwart, want over deze Psalm ligt de schaduw van de dood. Zwart, want in het laatste woord van deze Psalm is duisternis en dat is karakteristiek voor het geheel. We zouden bijna zeggen: hier is een aartspessimist aan het woord. Een zwartkijker die het leven alleen van de donkere kant kan bekijken en die alles in het negatieve trekt.
Er zijn zulke mensen die overal leeuwen en beren zien; bij wie er geen lachje af kan en die nog menen dat dit vroom is ook. Het is een opeenstapeling van donkere woorden: geschrei, tegenspoeden, graf, kuil, krachteloos, afgezonderd onder de doden, verslagenen, afgesneden, onderste kuil, diepten, grimmigheid, baren, neergedrukt, ingesloten, mijn oog treurt van verdrukking – dat komt alles voor in de eerste tien verzen.
Wat moet deze man het verschrikkelijk moeilijk hebben gehad. In vers 16 zegt hij: ' Van der jeugd aan ben ik bedrukt en doodbrakende' Wat een somber geluid in dit lied. Elke regel verspreidt een doodslucht, schreef een exegeet. Hebben wij daar wat aan? Moet zo’n Psalm zo nodig in het boek der Psalmen staan? In de Bijbel – het boek van de blijde boodschap? En is het dan toch het toppunt van vroomheid wanneer in klagen onze dagen het leven doen vervagen?
En toch ben ik blij dat ook deze Psalm in de Bijbel staat! Weet u waarom? Omdat deze Psalm zo levensecht is, omdat uit dit klaaglied
2
blijkt dat ook dit een kant van het leven is, waar we niet te gemakkelijk overheen moeten lopen. We kunnen sommige moeilijke en ellendige situaties wel weg willen praten of weg willen bidden, maar het feit is dat sommige mensen, ja sommige gelovigen, het bijzonder moeilijk hebben en een heel diepe weg moeten gaan.
Er is wat in het leven te koop en je moet soms wat meemaken. Er zijn situaties van mensen, die voor ons besef ondragelijk zijn. Deze dichter heeft een moeilijk leven gehad, een bijzonder slechte gezondheid en tenslotte een uitbrekende en sluipende ziekte, die een mens ontluistert tot en met. Waarom moet het zo? Waarom moet de ene mens er veel dieper onderdoor dan de andere? Soms zie je mensen zo lijden, die niet meer dan een hoopje ellende zijn. Is dat nu nog leven?
In Psalm 88 is zo iemand aan het woord. Het is een man die de dood voor ogen heeft en wel zeer spoedig. In het laatste stadium van een dodelijke ziekte. Maar weet u wat zo treffend is bij het lezen van deze doods-klacht? Dat deze gelovige – want dat is hij zonder enige twijfel – zijn nood, zijn dood voor Gods aangezicht brengt en met de Heere worstelt over zijn moeilijke en onbegrijpelijke weg. Het is een lange worsteling: 'Waarom verstoot Gij mij en waarom verbergt Gij Uw aangezicht voor mij?' Dat is de realiteit van dit leven. Dat is het probleem waar hij mee worstelt en hij niet alleen.
Daarom is het vertroostend dat ook deze Psalm in de Bijbel staat. Deze gelovige lijder houdt niet op tot God te komen. “Mijn oog treurt vanwege verdrukking”. Heel letterlijk misschien een oogziekte? En toch, of juist daarom: 'Bij dag, bij nacht roep ik voor U' .Dat zou dan zijn van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Het is de vraag of dit mogelijk is, heel letterlijk, gegeven de dodelijke ziekte die veel van zijn kracht en tijd gevraagd zal hebben.
Maar dagelijks de Heere aanroepen – en dan niet in de eerste plaats om Hem te aanbidden, maar veel meer om mee naar de Heere te gaan, om zich op Hem te beroepen om de vragen, de aanvechtingen bij Hem neer te leggen. Dagelijks – het betekent dat hij ondanks alles het geloof niet heeft verloren. Het houdt in dat hij de Heere nodig heeft
3
en dat hij zonder die Heere het allemaal niet kan dragen. Daarom Hem dagelijks aangeroepen.
We worden stil als we daar over nadenken. Dit tekent de ernst van zijn lijden, maar ook de diepte van zijn geloof. Dit bewijst: Ik lijd er onder, maar ik heb geen medelijden met mezelf. Hij spreekt uit: 'U doet het, maar daarom roep ik U aan – ik weet niet waar ik heen moet en met wie ik er beter over kan praten dan met U. M’n dagelijks kruis brengt me dagelijks bij U thuis.' En dat dagelijks U aanroepen – dat is geen pijnvermindering, geen uitstel van de dood, maar het betekent wel: 'Ik weet dat U het ook weet. En dan moet ik weten dat U me niet in de steek laat; dat ik het bij U kan uitklagen omdat ik het niet begrijp; dat ik het niet eens kan worden met deze mensvijandige ziekte, met dit onuitstaanbare leed. Dagelijks – ik laat U geen rust; ik klaag, schreeuw het uit.'
Zo kan het ook in het geloofsleven. De weg is niet gelijk en de omstandigheden zijn niet gelijk. Als de Heere maar overblijft en we het dagelijks gebed tot Hem maar niet vergeten kunnen. In al onze benauwdheden is Hij benauwd geweest. Niemand is zo verlaten geweest als de grote Lijder en niemand kan een klagende worstelaar zo troosten als Hij. Dagelijks!
Wijlen ds J H. Velema

Aanstaande zondag

 

Lees hier het besluit van de kerkenraad inzake de maatregelen

D.V. zondag 26 september gaat ds H. de Graaf ons voor.

De diensten beginnen om 10.00 uur en 15.00 uur .

 Er is oppas in de crèche voor de kleintjes.